Handelen met het geld van iemand anders, de winst grotendeels zelf houden en verder geen enkel risico lopen. De belofte van funded trading klinkt bijna te mooi om waar te zijn.
De droom van handelen op je laptop in een tropisch belastingparadijs en rijden in een groene Lamborghini. Wie wil dat niet? Adverteerders als Kevin Timmer en aanbieders als Topstep, Ufunded en het Tsjechische FTMO spelen in op deze droom. Zij werven (potentiële) particuliere daghandelaren die hun vaardigheden willen bewijzen op de beurs. Er zijn partijen die zelfs je handelskapitaal verzorgen. Zonder vooropleiding kan iedereen deelnemen, zo is de belofte. En gelukkig zijn er ook cursussen te koop, want volgens de verkopers vergroot de juiste mindset je kansen flink…
Toelatingstest
Hoe steekt het systeem in elkaar? Een potentiële klant moet doorgaans slagen voor de toelatingstest en dan kan hij aan de slag. De kern van het model is echter niet de beurshandel zelf, net zomin als de selectie van de ‘beste’ handelaren. De toelatingstest of challenge is een verkoopbaar product: een betaald ticket om deel te mogen nemen aan het spel. Aspirant-handelaren betalen inschrijfgeld – vaak rond de 300 euro – niet als administratieve bijdrage voor een sollicitatie, maar als toegangsprijs.
Het ogenschijnlijke doel is om binnen bepaalde kaders winstgevendheid aan te tonen met fictief kapitaal. Slaagt men hierin, dan is de belofte toegang tot een groot handelsaccount (bijvoorbeeld 150.000 euro), waarbij men vervolgens tot 90 procent van de winst mag behouden.
In de praktijk lijkt het onvermijdelijk dat er veel deelnemers uitvallen. Zo bevatten de opdrachten zeer strikte regels, zoals de ‘consistency rule’: geen enkele handelsdag mag meer dan 50 procent van de totale winst behelzen. Een enkele overtreding of een te grote verliesdag betekent dat de opdracht mislukt en het account wordt gesloten. Omdat de selectie geen filter voor talent is maar een inkomstenbron, moet de deelnemer opnieuw inschrijfgeld betalen om het nogmaals te proberen.
Hoewel de marketing suggereert dat men handelt op de financiële markten, vermeldt de disclaimer dat het gaat om een gesimuleerde beursomgeving. De koersen zijn wel echt, maar orders worden niet naar de beurs verstuurd. Alles blijft met fictief geld in een ‘demo-omgeving’. Dit heeft twee belangrijke implicaties. Ten eerste vallen deze aanbieders door te werken met fictief geld meestal buiten het reguliere toezicht van financiële autoriteiten. Ten tweede is er sprake van een gesloten systeem. Omdat orders niet naar de beurs gaan en uitvoering fictief is, is winst van de klant in principe verlies voor de aanbieder.
Verliezende klanten
Omdat de aanbieders niet onder strikte regelgeving vallen, is er maar weinig transparantie over de cijfers. Een inval van de Amerikaanse toezichthouder CFTC bij aanbieder MyForexFunds geeft echter een bijzonder inkijkje. In de rechtszaak bleek dat minder dan een procent van de handelaren erin slaagde meer geld uitgekeerd te krijgen dan hun inschrijfgeld. Het bedrijf incasseerde in twee jaar tijd 310 miljoen dollar aan inschrijfgelden, terwijl winstgevende handelaren werden benadeeld door structureel ongunstige orderuitvoeringen.
Het ecosysteem
Rondom de funded trading-aanbieders is een industrie ontstaan van cursussen en finfluencers. Academisch onderzoek toont aan dat de overgrote meerderheid van particuliere daghandelaren verlies lijdt – ook op de echte beurs. Een Braziliaans onderzoek uit 2019 concludeerde dat 97 procent van de daghandelaren geld verloor over een periode van driehonderd dagen. Slechts 0,4 procent wist meer te verdienen dan een modaal inkomen.
Desondanks floreren cursusaanbieders. Een bekende naam als Kevin Timmer speelt slim in op deze statistieken. Hij is een Nederlandse ondernemer die commerciële tradingcursussen aanbiedt. Vooral op YouTube komt hij veelvuldig langs in reclames. Timmer erkent ruiterlijk dat daghandelen moeilijk is, maar gebruikt dit juist als verkoopargument: precies omdát het zo lastig is, is training en coaching onmisbaar voor succes. Daarvoor is dan wel een fors cursusbedrag verschuldigd.
Vervolgens fungeert een cursusaanbieder als aanvoerkanaal voor funded traders: hij houdt cursisten voor dat handelen mogelijk is zonder eigen vermogen en verwijst hen door. Ook hier kan de aanbieder profiteren, bijvoorbeeld via provisies.
Het is een vicieuze cirkel. Een handelsaccount van 150.000 euro klinkt groot, maar de verliesruimte is beperkt: een ‘klein’ verlies van 3.000 euro betekent vaak al einde oefening. De conclusie voor de deelnemer? Er is meer training nodig. En dus nog een cursus, en nog een betaalde poging.
Echte prop traders
Het is belangrijk onderscheid te maken tussen deze ‘retail’ funded traders en professionele proprietary trading firma’s zoals Optiver, Flow Traders en IMC. Die laatsten nemen traders in dienst die salaris ontvangen en handelen met kapitaal van de firma zonder eigen inleg. De funded trader-industrie lift mee op de reputatie van deze professionele handelshuizen, maar heeft een fundamenteel ander bedrijfsmodel.
Bij de rechtszaak tegen MyForexFunds bleek dat het een bijzonder lucratief bedrijfsmodel is. De technologie is als standaard ‘white label’ te koop, een kant-en-klaar platform met eigen logo is eenvoudig opgezet. Inmiddels zijn er dan ook meer dan honderd partijen die zwaar adverteren als funded trader. Vaak zijn ze gevestigd in oorden waar weinig risico bestaat op bemoeienis van toezichthouders, zoals Dubai.
Waar bucket shops (zie kader) ooit runners de straat op stuurden, werven trading-influencers nu klanten via sociale media. Aspirant-handelaren betalen voor cursussen en fictieve accounts; de enige die echt geld inlegt is de klant. En dat geld gaat niet naar de beurs.
| Bucket shops |
|
Tussen 1870 en 1900 ontstonden in de Verenigde Staten de zogeheten bucket shops. Hier konden particulieren met kleine bedragen en grote hefboom speculeren op aandelen – iets wat op de echte beurzen alleen voor de elite was weggelegd. De orders werden echter nooit doorgestuurd naar de beurs, maar verdwenen in de emmer (‘bucket’). Verlies voor de klant was winst voor de bucket shop. Succesvolle speculanten zoals Jesse Livermore werden geweigerd of niet uitbetaald. Tussen 1900 en 1922 verdwenen de bucket shops door strengere wetgeving: het werd verboden beleggers in de waan te laten dat orders naar de beurs werden gestuurd, terwijl dat niet gebeurde. Waar de historische bucket shops de schijn ophielden, dekken moderne funded traders zich juridisch in door in de voorwaarden uitdrukkelijk te vermelden dat het om een demo-omgeving gaat. |
| VEB-lidmaatschap |
|---|
| Nog geen VEB-account? |
| Voor toegang tot de volledige website dient u een VEB-lidmaatschap aan te houden en in te loggen. Indien u lid bent, maar nog geen account heeft kunt u ook klikken op ‘inloggen’ en daarna een account aanmaken. |
|
|
| Meer infomatie over het VEB -lidmaatschap |